Als het ware



Met het gezicht van een

ander deed hij open


maar ik herkende hem

aan de kamerjas die hij

om mij had

heengeslagen toen

wij eens,na het vrijen,

plotseling rilden

van de kou die

door de kieren van zijn

vrijgezellenwoning

brutaal naar binnen drong


Hallo, zei ik. Dag lief,

zei hij, heb je zin in koffie


We geeuwden om beurten

Sliep je nog? vroeg ik beleefd

en hij ontkende

zogenaamd verlegen

Hoe is het weer? probeerde hij

een geeuw, vergeefs nog,

onderdrukkend

en ik zei:

mooi.

ik ga maar weer.