Cadans

Als wij vrijen
Open mond
Lippen trillen
Wenkbrauwen strak
boven de blik
die niet kijkt
Jouw jongetjes-
taille tussen billen
en torso. Je benen
gevouwen, tenen
genageld in onze
kostbare tijd

Puur poezie

Jouw tong in mijn
grotemensenoksels,
langs kinderholtes
mijn hunkerend
slettenvlees
Ben ik mezelf
niet meer mezelf
vergeten. Tong. Nat.
Koude. Warmte. Koele hitte.
Hete kilte
Tepels die groeien

Wij doen ons lieflijk pijn.

Ben jij mij,
jij mij,
jij mij,
jij mij,
jij, jij
van mij
Ik weet
geen ik meer
ik geen woorden
Jij maakt mij
rijm. Puur metrum
maak jij mij