Terug naar inleiding Marion Bloem op het web Uitgebreide cv

Uitgebreide cv van Marion Bloem

Onderstaande cv is ook te downloaden als pdf

Marion Bloem (1952, Arnhem) is de tweede dochter van Indische ouders, die in december 1950 met de boot naar Nederland kwamen. Zij isafgestudeerd als klinisch psychologe in 1978 te Utrecht. Ze schreef haar eerste verhaal (‘Ompong’, zie ‘Vliegers onder het matras’) op haar zesde en publiceerde haar eerste korte verhaal (‘Zwijgen tot het graf’, zie ‘Vliegers onder het matras’) op haar zestiende. Ze maakte haar eerste film (‘Feest’) van haar huishoudgeld in 1978, nadat ze was afgestudeerd als psychologe en terugkwam van haar eerste reis naar Indonesië, het geboorteland van haar ouders en grootouders.

1971-1977
Studente klinische psychologie. Leesboekjes voor uitgeverij Zwijssen. Verhalen voor lesprogramma’s aan Turkse en Marokkaanse kinderen, voor de gemeente Rotterdam, en binnen het kader van psych.studie in Utrecht. Verhalen voor jeugdbladen als Okkie en Taptoe, en voor de jongerenpagina van Vrij Nederland.

1978-1982
In 1978 Eerste kinderboek ‘Waar schuil je als het regent’ bij uitgeverij De Fontein. In 1978 ‘voor alle leeftijden’ haar eerste (12 min. zwart-wit) film ‘Feest’, poëtisch,over de eerste menstruatie. Twaalf filmkopieën naar Duitsland. Op de Belgische tv vertoond door de BRT. Tweede jeugdroman bij uitgeverij Fontein ‘De Geheime plek’ (1979).Derde jeugdroman “Kermis achter de kerk’ (1980), vierde ‘Matabia’ (1981) ‘Matabia’ is het eerste boek over haar eigen Indische achtergrond, de aanpassing van Indische kinderen aan de Nederlandse samenleving. Twee jeugdromans (‘De geheime plek’ en ‘Matabia’) zijn vertaald in het Duits en in grote oplage in Duitsland verschenen. Matabia (6-12 jaar) is tevens vertaald en gepubliceerd in het Japans. Ook in het engels vertaald, maar (nog) niet gepubliceerd. Het boek werd bekroond met de Jenny Smelik IBBY prijs en ontving een bijzondere vermelding bij de Blaue Brillenschlange van Bazel. Ook als luisterboek te krijgen, ingesproken door Bloem zelf.

Meteen na haar afstuderen schreef Bloem twee semi-wetenschappelijke boeken voor volwassenen. Het boek‘Overgang’ (1978) was een bewerking van haar afstudeerscriptie en wetenschappelijk onderzoek dat zij m.b.t. dit onderwerp had verricht met als ondertiteling ‘een feministische visie op het gevaar van etikettering’ en wetenschappelijk onderzoek dat zij m.b.t. dit onderwerp had verricht. Het boek verscheen bij uitgeverij Contact. Samen met haar man Ivan Wolffers publiceerde ze ‘Hyperventilatie’ (1979), op basis van hun gezamenlijke praktijkervaring in samenwerking met gezondheidscentra.

In 1979 maakte ze haar tweede korte speelfilm voor alle leeftijden: ‘Buitenspel’ (VARA, 18 min. Kleur).In 1980 schreef ze met Ivan Wolffers het script voor drie korte speelfilms voor kinderen die door IKON televisie zijn uitgezonden. De regie was van Bloem zelf. De films zijn op diverse festivals ter wereld vertoond. In haar jeugdfilms ‘Feest’, ‘Buitenspel‘, Aanraken’(7 min, kleur) en ‘Nieuwsgierig’ (12 min, kleur) werd geen woord gesproken. Het verhaal wordt uitsluitend visueel verteld. Met name de film ‘Borsten’ (1981, 35 min. Kleur) ontving in het buitenland een aantal mentions, en trok veel publiciteit vanwege de eigenzinnige en artistieke manier waarop feministische issues met humor en door middel van dromerige en fantasievolle beelden werden aangekaart.

1983- 1985
In 1983 verscheen haar romandebuut Geen gewoon Indisch meisje, inmiddels een klassieker en bestseller (meteen al meer dan 200.000 verkocht). Ook verscheen de documentaire “het land van mijn ouders” waarmee ze wekenlang uitverkochte zalen haalde in de Nederlandse filmhuizen, en die door de IKON werd uitgezonden. In 1984 maakte Bloem samen met haar echtgenoot Ivan Wolffers de documentaire ‘Wij komen als vrienden’ over deserteurs in Nederlands-Indië. Deze is uitgezonden door de VPRO. In hetzelfde jaar schreef ze in samenwerking met de toneelgroep Sater het scenario voor het tv-drama ‘Lot’. Regie van Bloem.
In 1985 werd ‘Screentest’ in vier delen uitgezonden door de IKON. Een satirisch programma voor en door minderheden, waarbij de sketches in teamverband werden geschreven door Bloem (regie), met de acteurs van verschillende culturele achtergronden. Veel op basis van improvisaties in een workshop waaraan meer dan honderd acteurs en muzikanten van diverse culturele achtergrond mee deden.

1986-1990
In 1986 schreef Bloem in opdracht van het Noordhollands Philharmonisch orkest het scenario van de muziekfilm voor de jeugd “De Tovenaarsleerling” (alle leeftijden, 35 minuten) die ze ook regisseerde en die naast een aantal mentionsdeKID-SCREEN_AWARD 1987 ontving. Doel van deze film was om kinderen voor klassieke muziek te interesseren. De film is met succes vertoond op diverse grote festivals in het buitenland.De film werd door de VPRO uitgezonden. Ook in deze jeugdfilm werd geen woord gesproken.

In 1986 verscheen haar jeugdroman (voor 10-14 jaar) ‘Brieven van Souad’ bij uitgeverij In de Knipscheer, over een briefwisseling tussen een Marokkaans meisje en een Indisch meisje van twaalf, waarbij alleen de brieven van het Marokkaanse meisje te lezen zijn.
In 1987 verschenen twee romans bij De Arbeiderspers. In deze twee romans speelt haar Indische achtergrond geen rol. ‘Lange reizen korte liefdes’ (ook kort daarop in het duits verschenen) en ‘Rio’ hebben de liefde, seksualiteit, erotiek als thema. In 1988 schreef ze samen met haar man Ivan Wolffers voor de VPRO een 13delig drama ‘Cursus voor beginners in de liefde’, een serie voor kinderen vanaf 12 jaar met een feministische seksuele opvoeding in een humorische vorm, en deed de regie ervan. De novelle ‘Meisjes vechten niet’ verscheen bij Uitgeverij de Geus in 1988 als briefboek met illustraties van Bloem zelf. Een min of meer autobiografisch verhaal over haar kleine Indische tante. Na een intensieve periode van research publiceerde ze in 1989 de roman ‘Vaders van betekenis’ bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 1990 verscheen haar verhalenbundel ‘Vliegers onder het matras’.

In 1987 trad Bloem voor het eerst als beeldend kunstenaar naar buiten met een tentoonstelling in Amsterdam, in de Nieuwe Spiegelstraat. Daarna volgden regelmatig tentoonstellingen in binnen en buitenland. Bloem leek de camera in te ruilen voor het penseel. Haar behoefte aan samenwerking resulteert in een aantal gezamenlijke kunstprojecten met kunstenaars zoalso.a. Jan Montyn, Fon Klement, Michel van Overbeeke, Nico Vrielink, Joyce Bloem, Richard Smeets. Sindsdien verzorgt Bloem meestal ook zelf de omslagen van haar boeken en voert zij af en toe opdrachten voor boekomslagen van andere auteurs uit.

1991-1995
Bloem gaf regelmatig workshops in het buitenland en werd uitgenodigd voor lezingen in het buitenland. Verhalen (en/of gedichten) werden vertaald in het Engels, Duits, Perzisch, Hongaars...

In 1992 verscheen de roman ‘De Honden van Slipi’ bij De Arbeiderspers.

In 1993 verscheen de roman ‘de leugen van de kaketoe’ bij De Arbeiderspers.

In 1993 ontving ze de Du Perron prijs voor haar hele oeuvre. Ze zat toen in Iowa (International Writing Programm) en gaf lezingen in de Verenigde Staten op universiteiten. Haar roman ‘De leugen van de kaketoe’ werd vertaald naar het Engels en werd in de VS gepubliceerd onder de titel ‘The cocketoo’s lie’. Die roman verscheen ook in het Duits onder de titel ‘Kasesa’s Lüge’.
Bloem publiceerde in 1992 haar bundel ‘Schilderijen en Gedichten’, een boekwerk met haar schilderijen in kleur en enkele handgeschreven gedichten. Dit werd geproduceerd door Marnix Neerman,maar gedistribueerd door De Arbeiderspers. Ze exposeert regelmatig in binnen-, en buitenland.

Bloem schreef een jaar lang wekelijks lange reiscolumns voor het Algemeen dagblad. In 1995 werden deze gebundeld onder de titel van ‘Muggen mensen olifanten’.
In 1995 publiceerde ze ‘De smaak van het onbekende’, een novelle (in opdracht van Rotterdam) waarin ze eten en recepten gebruikt als metafoor bij het bespreken van smaakverschillen op cultureel gebied. Bij uitgeverij De Paasberg verschijnt in 1995 de dichtbundel ‘Hoop op nieuwe woorden’ met zwart-wit-tekeningen in zeefdruk.

1996-1999
In 1996 verschijnt haar jeugdroman ‘De droom van de magere tijger’ over een Indische oma die over haar jeugd en haar eigen oma vertelt aan haar kleinkinderen.

In 1997 komt Bloem met de roman ‘Mooie meisjesmond’ die in de jaren zestig spelt en waarbij de hoofdpersoon, een Indisch meisje van zestien, seks en eten met elkaar vergelijkt.

In 1998 volgt Bloem een scenario-, en regiecursus bij North by North West, waar ze aan de gang gaat met haar filmplan ‘Games4Girls’. Meteen daarna volgt ze een scenario en regieopleiding op het Maurits Binger met het plan voor de verfilming van ‘Mooie meisjesmond’. Er komt een teaser en er ligt een scenario dat Bloem echter van het Filmfonds niet mag regisseren wegens gebrek aan ervaring als regisseur... Bloem werd tijdens de cursus op het Maurits Binger op basis van een scenario-idee geselecteerd voor de scenario opleiding Screen Team, schrijven in teamverband,in Frankrijk. Die opleiding was het resultaat van een samenwerking tussen Europese landen opdat scenarioschrijvers met verschillende culturele achtergronden zoudensamenwerken aan filmprojecten. Ook dat laatste filmplan, getiteld ‘Caravan’ ligt helaas nog op de plank. In 1999 verschijnt haar roman ‘Ver van familie’.

2000-2005
Haar gedicht Vrijheid werd door ‘Het Nationaal Comité 4 en 5 mei’ uitgekozen om een videoclip van te maken en als clip een dertigtal keren op televisie uitgezonden.

In 2001 ligt haar roman Games4Girls in de boekhandel. Zowel inhoudelijkals wat de stijl betreft wijkt het boek af van haar vorige romans. Ze schreef de roman gebaseerd op haar gelijknamig scenario toen ze vergeefs had geprobeerd om het idee als multimedia project op de rails te krijgen. Het scenario van Games4Girls ging de kast in, in de hoop dat de film op een dag toch gerealiseerd zal worden.

In 2001 verschijnt haar autobiografische boek ‘Voor altijd moeder’ dat evenals ‘Games4Girls’ wordt bekroond als best verzorgde boek. In 2002publiceerde ze haar liefdesgedichten als multimedia uitgave inclusief zelfgemaakte videogedichten op een cd-rom onder de titel ‘Liefde is soms lastig, liefste’.

In dec 2002 werd er bij haar echtgenoot Ivan Wolffers een ernstige vorm van prostaatkanker ontdekt. De roman over verlies, waaraan ze al een aantal jaren bezig was bleef even liggen. Bloem werkte aan het boek ‘Thuis’ een sterk autobiografisch getinte bundel waarin ze de relatie legt tussen haar specifieke sociaal culturele achtergrond en haar productiviteit. In het boek zijn o.a. bladzijden uit haar persoonlijke reisdagboeken in kleur afgedrukt. Het boek is voer voor fans. De lay-out is van haarzelf. ‘Thuis’ verscheen in 2003 bij Uitgeverij de Fontein.

Bloem publiceerde in 2004 de roman ‘ De V van Venus’, over verlies.

In januari 2004 verscheen het kleurrijke boek over Hugo de Groot onder de titel van “Zo groot als Hugo’ voor jong en oud, maar vooral voor jongeren om het onderwerp van ‘asiel’ en ‘grensbescherming’ aan de hand daarvan aan te kaarten. Toen het boek klaar was ontdekte Bloem tijdens de nacht der vervanging (een nacht om aandacht te vragen voor het lot van asielzoekers) de gevolgen van de wetgeving in Nederland inzake deze problematiek. Daarom zette zij zich full time in voor een generaal pardon voor de ‘zogenaamde 26.000’ asielzoekers in Nederland middels de actie ‘Een Royaal gebaar’, waar zij de initiatiefnemer van was.Als onderdeel van haar inzet voor met name een generaal pardon voor de asielzoekers die nog onder de oude vreemdelingenwet vallen, stelde Bloem met haar man Ivan Wolffers het boek Een Royaal Gebaar (2005) samen, waarin de situatie rond die problematiek uit de doeken wordt gedaan.In het boek komen duizenden mensen aan het woord die zich achter haar initiatief hadden geschaard.Ook asielzoekers zelf en kinderen van asielzoekers hebben bijdragen geleverd.

In 2005 publiceerde KIT publishers‘De Kleine krijger’, een jeugdroman (voor 10-14 jarigen) over de oorlogsjaren in Nederlands-Indië dat Bloem in opdracht van het KIT geschreven had.

2006-2010
Marion Bloem verzorgde in 2006 de redactie van het boek Sawah Belanda, verschenen bij de onthulling van het gelijknamige kunstproject dat zij met haar zus Joyce Bloem (beeldend kunstenaar) in park de Sacre Coeur tegenover Bronbeek te Arnhem maakte. Het kunstproject kwam tot stand met geld van Stichting Het gebaar. Op een van haar vele reizen had Bloem in een brief aan haar zus Joyce, beeldend kunstenaar, het idee geopperd van stenen bladzijden in het Nederlands landschap met daarop de nooit vertelde verhalen van Indische mensen.Haar zus wilde dit idee daadwerkelijk uitvoeren, en ontwierp er een park inclusief Indonesisch rijstveld bij. In samenwerking met waterschap heeft Joyce Bloem als beeldend kunstenaar het park Sawah Belanda gerealiseerd. De door Marion Bloem geschreven verhalen werden in granieten bladzijden gegraveerd in het park in Arnhem, de geboorteplaats van Marion Bloem. Zeven bladzijden met zeven verhalen en een rijstveld dat de vier Nederlandse jaargetijden jaar in jaar uit moet zien te overleven. De sawa dient als metafoor voor de Indische Nederlanders die, onderhevig aan de vier jaargetijden binnen het Nederlands leefklimaat hun culturele identiteit heel moeizaam proberen te behouden.

Marion Bloem schreef het scenario voor ‘Ver van familie’ en deed de casting en de regie van de verfilming (2007). Het geld voor deze productie kwam ook van Stichting Het Gebaar, een stichting die in het leven was geroepen door de regering om schuld te vereffenen met de plusminus 300.000 Indische Nederlanders die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland zijn gekomen. Van 2005 tot en met 2008 werkte Marion Bloem aan deze lange speelfilm voor Indische mensen. In 2008 ging haar film ‘Ver van familie’ in première op het festival Film by the Sea, waar de film geselecteerd was voor de competitie van boekverfilmingen. De film is een bewerking van de gelijknamige roman van Marion Bloem, met Bloem als scriptschrijver en regisseur. Bloem koos ervoor de eerste en tweede generatie Indische Nederlanders met deze film een gevoel van herkenning te geven. Dat was prioriteit. Het neerzetten van een Indische familie met de specifieke manier van communiceren was belangrijker dan een commerciële film te maken die een grote groep zou aanspreken. Ze richtte zich daarbij met name op de eerste en de tweede generatie. Het geld voor de film kwam immers in zijn geheel van Stichting Het Gebaar. Het Nederlands Filmfonds had zelfs geen ton willen geven voor dit lange speelfilmproject. Bloem wilde op de eerste plaats een Indische sfeer in de film, waarbij het oma-kleindochter verhaal de kapstok was waar de Indische familie sfeer met hun eigen taboes en geheimen aan op gehangen kon worden. De opkomst van die Indische Nederlanders naar de filmhuizen en bioscopen, en hun respons op de film was veelbetekend. De dvd van Ver van familie, inclusief de cd met de muziek die in de film voorkomt, en waarvan een deel speciaal voor de film is geschreven en gecomponeerd, is eind mei 2009 gepresenteerd op de Tong Tong Fair te Den Haag en per internet verkrijgbaar. Eventueel ook via het tijdschrift Moesson. De film wordt nog regelmatig in filmhuizen vertoond.

Samen met Patrick Drabe, met adviezen van Peter de Bie, maakte Marion Bloem een korte versie van Ver van familie (120 min) die op CinemASIA in Amsterdam, juni 2010 in première ging.

In augustus 2010, in drie afleveringen, verscheen een voor de beeldbuis aangepaste bewerking van de film op televisie. (MAX) Deze zal in december wereldwijd opnieuw vertoond worden.

In 2007, t.g.v. Bloem’s 55ste verjaardag verscheen de bundel ‘In de kamer van mijn vroeger’ met gedichten en schilderijen van Marion Bloem bij uitgeverij De Arbeiderspers.

In 2008 verscheen de filmeditie van ‘Ver van familie’ met daarin foto’s uit de film. In 2009 verscheen “Indië voorbij” een omnibus met drie romans van Bloem, nl. Geen gewoon Indisch meisje, Vaders van betekenis, Honden van Slipi. Beide boeken, ‘Indië voorbij’ en ‘Ver van familie’ verschenen bij de Arbeiderspers.

Op 13 augustus 2009 verscheen Bloems roman ‘Vervlochten grenzen’ (De Arbeiderspers) over de driehoekverhouding van Nederlands-Indië, Indonesië, Nederland, verteld aan de hand van drie personages, Senne van zeventien jaar, Bodo van net boven de zestig, en Opa Portier van zevenentachtig.

In opdracht van Stichting Herdenking schreef Marion Bloem een voordracht voor 15 augustus 2009 bij het Indonesisch Monument. Haar tien strofes tellende gedicht ‘Geen requiem’ is gratis verkrijgbaar zolang de voorraad strekt bij het Indisch Herinneringscentrum tgv 65 jaar Bevrijding. Het boekje, uitgebracht in samenwerking met het Indisch Herinneringscentrum te Bronbeek en de Stichting Herdenking is spciaal uitgegeven om gratis uit te delen aan belangstellenden. Geïnteresseerden kunnen zich hiervoor aanmelden bij een van de bovengenoemde stichtingen.

In de herfst van 2009, tijdens de actie Nederland leest, trad Marion Bloem op in diverse plekken in Nederland om voor te lezen uit eigen werk, te vertellen over haar roman Vervlochten Grenzen, en om haar gedicht Geen requiem voor te lezen aan het publiek.
Op 6 mei 2010 verscheen ‘Als je man verandert’, een boek voor en over partners van prostaatkankerpatiënten. Daartoe interviewde Bloem echtparen die met de ziekte te kampen hadden. ‘Als je man verandert’ is geschreven in samenwerking met de uroloog Paul Kil die haar in verband met dit plan benaderde. Het boek verscheen bij uitgeverij Bert Bakker. Inmiddels tweede druk.

Op dit moment werkt Bloem aan een roman die in februari 2011 zal verschijnen bij Prometheus. Meer informatie hierover binnenkort via de uitgeverij.

Tussendoor werkt zij aan het bijzondere project Matchboox. Verscheidene boekjes van haar hand zijn er in 2010 verschenen. Van ‘Een lege tas’ deed zij de illustraties en het verhaal. Met Jan Mulder maakte ze ‘Ware liefde’, waarbij het verhaal van Mulder is en de illustraties van haar hand. Binnenkort verschijnen bij Matchboox ook boekjes die zij maakte met Elle van Rijn, Peter Zilahy, Ivan Wolffers, Herman Brusselmans, Alex Britti, en nog vele anderen (zie www.matchboox.nl)

Algemeen
Bloem ontving tal van prijzen en awards voor haar werk, maar haar document van haar doctoraalstudie psychologie, haar diploma van de middelbare school, zwemdiploma’s, geboortebewijs, awards en documenten van filmfestivals is ze al reizende kwijtgeraakt. Ze reisde veel, maar het liefst met een rugzak naar afgelegen gebieden. Niet alleen op tropische eilanden en moeilijk te doordringen berglandschappen. Ze gaf literaire workshops op universiteiten, waaronder Iowa, Arkansas, München, Boedapest, Japan. In Nederland gaf ze videoworkshops op zwarte scholen, of in samenwerking met zwarte scholen en de Hoge school der Kunsten te Utrecht. Een van haar projecten heette ‘Tiny Taboos’. Dat resulteerde in boeiende filmpjes van de leerlingen zelf die erg goed in staat bleken te zijn om hun gevoelens in beelden om te zetten, terwijl ze zich, mede door gebrek aan kennis van de Nederlandse taal, verbaal minder goed konden uitdrukken. Bloem deed dit niet omdat ze lesgeven zo leuk vond, maar omdat ze houdt van de uitwisseling en de samenwerking die het met zich mee brengt. Sinds de ziekte van haar man Ivan Wolffers reist ze aanzienlijk minder.

Persoonlijk leven
Marion Bloem is de tweede dochter van Jacqueline Kouthoofd en Alexander Bloem. Alexander Bloem stierf in april 2009. Ze heeft een oudere zus, Joyce Bloem, en twee jongere broers, Martin en Maurice Bloem. Marion Bloem is getrouwd met Ivan Wolffers (www.ivanwolffers.nl) Hun zoon heet Kaja Wolffers, die sinds 19 nov 2004 getrouwd is met Elle van Rijn. Marion Bloem heeft vier kleinkinderen: David, Feline, Helena en Kathelijne.